Een afdwingbaar recht?

Vandaag kreeg ik van mijn collega (die ons iedere morgen met een hadith via de email verblijdt) een mooie hadith binnen:

‘Als men de mensen alles zou geven waar ze beweren recht op te hebben, dan
zouden ze de bezittingen en het bloed van anderen opeisen. De aanklager moet echter het bewijs leveren en degene die ontkent, moet een eed afleggen’

Als jurist ben je dan direct geïnteresseerd. Hoewel we in het onderwijs- en arbeidsrecht niets met een aanklager van doen hebben, geeft deze hadith twee belangrijke elementen weer uit de hedendaagse rechtspraak, namelijk deugdelijke bewijslevering  en het naar waarheid verklaren van eisers.

Bij de juridische afdeling van de ISBO zuchten wij ook wel eens onder de eisen van werknemers en plaatsen soms vraagtekens bij hun verhalen. Maar waar hebben zij nu recht op? Volgens het nieuwe regeerakkoord in ieder geval op een stuk minder dan nu het geval is. Even op een rij:

1.    De kantonrechtersformule verdwijnt. Op dit moment wordt bij het overgrote deel van de ontbindingen van de arbeidsovereenkomst een vergoeding toegekend. Volgens het regeerakkoord dient de ontslagvergoeding slechts in uitzonderingsgevallen te worden toegekend, namelijk wanneer het ontslag onterecht was of de werkgever verwijten valt te maken.
2.    Ontslagvergoeding een stuk lager. Als er dan toch een ontslagvergoeding wordt toegekend, dan is deze een stuk lager dan de vergoeding waarop ex-werknemers momenteel recht hebben. De vergoeding bedraagt volgens het regeerakkoord namelijk een half maandsalaris per gewerkt jaar, met en maximum van € 75.000 bruto. Op dit moment krijgt slechts de werknemer onder de 35 jaar een half maandsalaris, daarna is dit tot aan 45 jaar 1 en vanaf 45 tot 55 jaar bedraagt dit 1,5. Uiteindelijk vindt een verdubbeling van de dienstjaren plaats (55-65).
3.    WW-uitkering wordt korter en lager. De duur van de WW gaat van 38 naar 24 maanden, waarbij na het eerste jaar de uitkering wordt verlaagd tot het bijstandniveau. In het onderwijs kennen wij de BBWO, welke de WW-uitkering in hoogte en duur aanvult. Toch betekent dit punt ook een flinke teruggang voor deze ex-werknemer, met name omdat de aanvulling in hoogte slechts in het eerste jaar plaatsvindt.
Kortom, het regeerakkoord ziet er gunstig uit voor de schoolbesturen, maar de -vooral oudere- werknemer wordt er hard door getroffen. Laten we hopen dat de rechter naast de twee elementen uit bovenstaande hadith ook de redelijkheid en billijkheid hoog in het vaandel houdt om met name deze groep werknemers bescherming te bieden.

Mevr. mr. Stefania Prekpalaj, juriste ISBO